Verhuurder van bronbemalingsinstallatie: geen overtreder
09 december 2019

Verhuurder van bronbemalingsinstallatie: geen overtreder


Is een verhuurbedrijf van bronbemalingsinstallaties aan te merken als overtreder, als er zonder vergunning met die installatie wordt geloosd? Zijn de overtredingen toe te rekenen aan het bedrijf? Heeft het waterschap terecht een last onder dwangsom mogen opleggen? Over deze vragen heeft de Raad van State op 30 oktober 2019 uitspraak gedaan.

Casus

Een bedrijf verhuurt bronbemalingsinstallaties, installeert en test deze en ruimt de verhuurde installaties aan het eind van het project weer op. Waterschap Rivierenland constateerde op vijf verschillende momenten (in de jaren 2013, 2016 en 2017) dat er met een bronbemalingsinstallatie van dit bedrijf zonder de vereiste vergunning of het doen van een melding grondwater is onttrokken en op oppervlaktewater is geloosd. Volgens het waterschap hebben deze handelingen ook verschillende keren geleid tot visuele verontreiniging van het oppervlaktewater.

Reden voor het waterschap om handhavend op te treden tegen dit bedrijf. Het bedrijf was het hiermee niet eens en stelde daarom beroep in tegen de last onder dwangsom en het invorderingsbesluit bij de rechtbank. De rechtbank stelde het bedrijf in het gelijk: het waterschap had het bedrijf ten onrechte als overtreder aangemerkt. Het waterschap liet het er niet bij zitten en stapte naar de Raad van State.

Raad van State

Het hoger beroep van het waterschap is bij uitspraak van 30 oktober 2019 door de Raad van State ongegrond verklaard. In deze uitspraak behandelt de rechter twee aspecten. Allereerst beoordeelt de rechter of het bedrijf degene is die de verboden handelingen fysiek heeft verricht. Om als overtreder te kunnen worden aangemerkt is nodig dat het bedrijf de pompen zelf aanzet. In deze casus is alleen in één situatie (namelijk op 22 maart 2016) vast te komen te staan dat het bedrijf de pompen zelf heeft aangezet. Bij de overige vier overtredingen bleek dit niet het geval te zijn.

Ten tweede bekijkt de rechter of de vermeende overtredingen aan het bedrijf kunnen worden toegerekend. Ook dit blijkt niet het geval te zijn. De rechter merkt op dat het bedrijf hier geen eigenaar is van de grond waar de overtredingen plaatsvinden en ook niet de opdrachtgever of eindverantwoordelijke is van het project. Eigendom van de installatie is onvoldoende om het bedrijf verantwoordelijk te houden voor handelingen die anderen met die installatie verrichten.

Tot slot gaat de Raad van State in op de feiten die hebben plaatsgevonden op 22 maart 2016. De vraag is of het waterschap voor die overtreding terecht handhavend heeft mogen optreden via een dwangsom.

  • De dwangsom ter voorkoming van visueel verontreinigd oppervlaktewater is volgens de rechter onterecht opgelegd. Er was toen geen sprake van een visuele verontreiniging van het oppervlaktewater.
  • De rechter oordeelt ook dat het waterschap niet had mogen overgaan tot de last onder dwangsom om te voorkomen dat er zonder vergunning of melding water wordt onttrokken of geloosd. Het waterschap had het bedrijf bij brief van 1 juni 2016 gewaarschuwd en melding gemaakt van een last onder dwangsom bij herhaalde overtreding. Alleen deze brief vindt de rechter onvoldoende basis voor handhaving.

Doe de check!

Wil je weten aan welke wettelijke regels jij moet voldoen voor het uitvoeren van jouw project? Doe dan de check!