Rotterdamse Huisvestingsverordening niet geldig
04 juni 2020

Rotterdamse Huisvestingsverordening niet geldig


Voor het onttrekken, samenvoegen of omzetten van een woonruimte is vaak een vergunning vereist. Dit geldt ook voor het verbouwen van een woonruimte tot twee of meer woonruimten. Dat is bepaald in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014. Op grond van deze wet is een gemeente bevoegd om regels vast te stellen in een huisvestingsverordening. Dit mag echter niet in alle gevallen. Het is alleen toegestaan indien de regels nodig zijn voor het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte. Ook de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek bevat een bevoegdheid om regels te stellen in een huisvestingsverordening. Deze regels mogen enkel betrekking hebben op woonruimteverdeling. De gemeente Rotterdam heeft van deze bevoegdheid gebruik gemaakt. De Raad van State heeft op 29 april 2020 een paar uitspraken gedaan over de regels van Rotterdam.

Boete wegens handelen zonder vergunning

In de eerste zaak is er sprake van onttrekking van een woonruimte in de Tarwewijk in Charlois. Tijdens een inspectie had de gemeente geconstateerd dat een van de kamers van een appartement werd gebruikt voor hennepteelt. Dit deel van het appartement is niet meer geschikt om te wonen. Dit wil zeggen dat het deel van de woning aan de woonruimte is onttrokken. In de tweede zaak was een woonruimte in Oudeland omgezet van zelfstandig tot onzelfstandig. Het gaat hier om een eengezinswoning. De eigenaar van de woning onderverhuurde zes kamers aan haar werknemers. Een toezichthouder concludeerde dat deze personen niet tot één huishouden behoren. Er was daarom sprake van een omzetting van de woonruimte. In de Huisvestingsverordening van de gemeente Rotterdam is een vergunningplicht voor onttrekken en omzetten van woonruimte opgenomen. De gemeente concludeerde dat in beide gevallen geen vergunning is aangevraagd. Om deze reden deelde de gemeente boetes uit aan de eigenaren.

Afwijzing van de vergunningaanvraag

In de derde zaak is er wel een vergunningaanvraag ingediend voor het verbouwen van een woonruimte tot twee zelfstandige woonruimten. Het betrof hier panden op verschillende locaties in Rotterdam. De gemeente wees de aanvraag af. Beide panden liggen binnen het nulquotumgebied. Dat betekent dat hier geen uitbreiding van woonruimte is toegestaan om de samenstelling van de woonruimtevoorraad te behouden. De gemeente vond het belang van het verbouwen niet groter dan het belang van dit behoud. Op deze gronden werd de aanvraag afgewezen.

Huisvestingsverordening niet geldig?

Volgens de rechtbank is de verordening niet geldig omdat deze is vastgesteld in strijd met de Huisvestingswet. De Raad van State is het daarmee eens. Zij legt de nadruk op de geschiedenis van het ontstaan van deze vergunningplicht. Het doel van deze plicht is het voorkomen dat de schaarste op de woningmarkt door verandering in de woonruimtevoorraad zal toenemen. Een gemeente mag zich daarom enkel met de woonruimteverdeling bemoeien, als zij schaarste in het goedkope deel van de woningmarkt wil voorkomen. De gemeentelijke regelgeving mag alleen gaan over het deel van de woonruimtevoorraad waar een vergunning voor nodig is. De Rotterdamse verordening voldeed hier volgens de Raad van State niet aan. In de eerste zaak bleek dat in Charlois helemaal geen schaarste aan appartementen bestond. In de tweede zaak bleek dat er voldoende woningen met zes of meer kamers in Rotterdam te vinden zijn. In de wijk Oudeland was er geen sprake van schaarste aan dit type woningen. Ook in de derde zaak bleek op beide locaties geen schaarste te zijn. Uit onderzoek werd wel duidelijk dat er meer van dit soort woningen zijn dan gewenst. Toch zegt een wens weinig over de feitelijk schaarste in de stad.

Onvoldoende motivering

De gemeente Rotterdam had bij het vaststellen van de verordening haar beweegredenen beter moeten uitleggen. Zij had moeten aantonen dat er een schaarste aan goedkope woonruimte is en er dusdanige gevolgen zijn, dat het noodzakelijk is om in het gehele grondgebied van de gemeente in te grijpen. De gemeente Rotterdam was hier niet toe in staat. Om deze reden oordeelt de Raad van State dat de gemeente niet op basis van de Huisvestingsverordening mocht handelen. De verordening blijft buiten toepassing en daarmee vervalt de grondslag voor het opleggen van boetes en het vaststellen van de vergunningplicht.

 

Doe de check!

Wil je weten aan welke wettelijke regels jij moet voldoen voor het uitvoeren van jouw project? Doe dan de check!