Relativiteitsvereiste bij archeologische waarden
19 juli 2018

Relativiteitsvereiste bij archeologische waarden


De Raad van State heeft op 6 juni 2018 een eerdere uitspraak van de rechtbank vernietigd. Een perceeleigenaar heeft een zwembad gebouwd in zijn tuin. De gemeente heeft hiervoor een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit verleend. Maar een buurman stelde dat het zwembad op een locatie ligt met archeologische waarden. Daarom moest de perceeleigenaar ook nog een bouwvergunning aanvragen. 

De uitspraak van de rechtbank

De rechtbank bevestigde dat de locatie voor het zwembad in een gebied ligt met bestemming ‘Waarden – archeologie’. In het bestemmingsplan staat dat op de bestemming ‘Waarden – archeologie’ alleen gebouwd mag worden met een bouwvergunning, ter bescherming van de archeologische waarden. De rechtbank vindt dat de gemeente moet besluiten of er alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. 

De Raad van State

De gemeente vond dat de rechtbank dit niet had mogen bepalen. Volgens het relativiteitsvereiste moet er namelijk een verband zijn tussen het belang van de buurman en de rechtsregel (de regel in het bestemmingsplan) die volgens de buurman geschonden is. De buurman wilde het zwembad niet vanwege de ruimtelijke invloed. Dit belang heeft niks te maken met het beschermen van de archeologische waarden. Hoewel er wel een extra bouwvergunning nodig is, kan de buurman zich niet beroepen op schending van deze rechtsregel. Het beperken van de ruimtelijke invloed van het zwembad is immers een heel ander belang dan het instandhouden van de archeologische waarden. De Raad van State is het met de gemeente eens en bepaalt dat de rechtbank het beroep van de buurman niet gegrond had mogen verklaren, vanwege het relativiteitsvereiste. 

 

Wil je geen Vergunningen Update missen? Abonneer je dan gratis via deze website (links onderin).