Gedoogplicht of onteigening: rechtstreeks gevolgen
14 juni 2019

Gedoogplicht of onteigening: rechtstreeks gevolgen


Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State uitspraak gedaan over een gedoogplicht die was opgelegd aan een grondeigenares door Waterschap Brabantse Delta. In die uitspraak wordt bekeken of er geen onteigening van een deel van de grond nodig is in plaats van een gedoogplicht. Wanneer kies je voor onteigening, en wanneer voor een gedoogplicht?

Voorgeschiedenis

Het perceel van een grondeigenares ligt in een gebied dat niet mag verdrogen. Om die verdroging te voorkomen wilde Waterschap Brabantse Delta in het gebied het waterpeil verhogen. Daarom stelde het waterschap voor dat gebied een projectplan en een nieuw peilbesluit vast. Die beide besluiten zijn inmiddels van kracht. Om een aantal werkzaamheden in het kader van het projectplan uit te voeren, legde het waterschap een gedoogplicht op. Die werkzaamheden bestonden uit het dempen van een deel van een watergang op het perceel, het aanleggen van een stuw en het plaatsen van een duiker.

De grondeigenares was het niet eens met de werkzaamheden die het waterschap op haar grond wilde uitvoeren. Ze vond dat de bruikbaarheid van haar grond achteruit zou gaan door de verhoging van de grondwaterstand. Daarom maakte zij bezwaar tegen de gedoogplicht en ging ze vervolgens in beroep. Het bezwaar werd ongegrond verklaard, maar in beroep werd het besluit vernietigd. De rechtbank vond namelijk dat het waterschap niet goed gemotiveerd had waarom het had gekozen voor een gedoogplicht in plaats van onteigening. Onteigening is namelijk vaak gunstiger voor de grondeigenaar, omdat er dan een hogere schadevergoeding wordt uitgekeerd. Het waterschap was het niet eens met deze uitspraak. Daarom kwam de zaak ten slotte in hoger beroep bij de Raad van State.

Raad van State

De vraag die de Raad van State moest beantwoorden is of de bruikbaarheid van de grond door de werkzaamheden zou verminderen. Dat kan een bijzondere omstandigheid opleveren waardoor onteigening noodzakelijk is. Het waterschap stelt dat de verhoging van het waterpeil daarbij niet meer van belang is (anders dan de rechtbank had bedacht). Er moet namelijk alleen gekeken worden naar de rechtstreekse gevolgen van de werkzaamheden waar de gedoogplicht over gaat. De verhoging van het waterpeil komt niet door de werkzaamheden, maar door het peilbesluit. De werkzaamheden veranderen op zichzelf het waterpeil niet.

De Raad van State is het eens met het waterschap. De grondeigenares had tegen het peilbesluit zelf in beroep moeten gaan om de stijging van het waterpeil te bestrijden. Omdat de werkzaamheden waar de gedoogplicht over gaat slechts betrekking hebben op 0,1% van de grond van de eigenares, vindt de Raad van State dat er geen onteigening nodig is. De gedoogplicht blijft daarom in stand.

Doe de check!

Wil je weten aan welke wettelijke regels jij moet voldoen voor het uitvoeren van jouw project? Doe dan de check!

 

Wil je geen Vergunningen Update missen? Abonneer je dan gratis via deze website (links onderin).