Een tweede bedrijfswoning is niet nodig voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering
04 augustus 2020

Een tweede bedrijfswoning is niet nodig voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering


De gemeente Bunnik heeft een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van een bestaande bedrijfswoning naar twee bedrijfswoningen in Werkhoven. Op die locatie is een agrarisch bedrijf gevestigd. De verbouwing is nodig voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering. Het bestemmingsplan, dat ter plaatse geldt, staat dit niet toe. De gemeente heeft de verbouwing toegestaan met een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan. Volgens de provincie Utrecht is dit besluit in strijd met de Provinciale ruimtelijke verordening. In zijn uitspraak van 22 juli 2020 beoordeelt de Raad van State of de gemeente Bunnik de omgevingsvergunning had mogen verlenen.

Noodzaak tweede bedrijfswoning

In de provincie Utrecht geldt dat per agrarisch bouwperceel slechts één bedrijfswoning is toegestaan. Bebouwing op agrarische bouwpercelen mag alleen gerealiseerd worden als het strikt nodig is voor de agrarische bedrijfsvoering. Een tweede bedrijfswoning is nooit echt nodig in de provincie. Uit de praktijk blijkt dat een tweede bedrijfswoning na enige tijd meestal wordt gebruikt als burgerwoning. En permanent toezicht op het bedrijf is volgens de provincie goed te organiseren zonder een tweede bedrijfswoning. 

Dit uitgangspunt is als algemeen geldende regel vastgesteld zonder afwijkingsmogelijkheden in de Provinciale ruimtelijke verordening. Voor agrarische ondernemers is hiermee een duidelijke randvoorwaarde gegeven. Bij de opzet van hun bedrijf, de bedrijfsvoering, de inzet van hulpmiddelen en de organisatie van de werkzaamheden kunnen ze hier rekening mee houden.

Oordeel Raad van State 

Bij het voorbereiden en vaststellen van deze algemene regel moet de provincie de negatieve gevolgen voor agrarische bedrijven betrekken. Ook moet de afweging deugdelijk worden gemotiveerd. Volgens de Raad van State voldoet de keuze van de provincie aan het beginsel van een zorgvuldige besluitvorming en de motiveringsplicht. De keuze is namelijk verantwoord in het bestaande beleid. Verder moet de algemene regel voldoen aan het evenredigheidsbeginsel. Dit betekent dat de nadelige gevolgen van een besluit in verhouding moeten zijn met de tot het besluit te dienen doelen.

Volgens de provincie kan het toezicht op en de verzorging van dieren georganiseerd worden met één bedrijfswoning op het bedrijfsperceel. Daarbij heeft de provincie gewezen op de beschikbare technische voorzieningen en de mogelijkheid van tijdelijke inwoning in periodes dat extra toezicht en verzorging van dieren nodig is. De omstandigheid dat geen mogelijkheid is opgenomen om ontheffing te verlenen van het verbod leidt daarom niet tot het oordeel dat deze bepaling in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. 

Tot slot beoordeelt de Raad van State het advies van de Agrarische beoordelingscommissie aan de gemeente. In het advies is geconcludeerd dat een tweede bedrijfswoning in dit geval noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering. Maar uit het advies blijkt onvoldoende dat het toezicht op het bedrijf niet op een andere manier kan worden georganiseerd. De algemene regel van de provincie kan dus in stand blijven. De omgevingsvergunning is niet in overeenstemming met deze regel en had dus niet verleend mogen worden. Hiermee geeft de Raad van State de provincie gelijk.

Doe de check!

Wil je weten aan welke wettelijke regels jij moet voldoen voor het uitvoeren van jouw project? Doe dan de check!