Een studiowoning is een zelfstandige hoofdgebouw
03 april 2020

Een studiowoning is een zelfstandige hoofdgebouw


De gemeente Enschede heeft een omgevingsvergunning geweigerd voor het het realiseren van een studiowoning. De eigenaar van de woning heeft al aan de achterzijde van de woning een keuken, bijkeuken en berging gebouwd. Deze aanbouw heeft zij vergroot en in de aanbouw een zelfstandige studiowoning gerealiseerd. De studio heeft ook een eigen ingang aan de achterzijde en er is zelfs een huisnummer toegekend. Nu heeft de eigenaar alleen nog een omgevingsvergunning nodig om dit allemaal te legaliseren. In zijn uitspraak van 4 maart 2020 beoordeelt de Raad van State of de vergunning geweigerd had mogen worden.

Functionele relatie

Het perceel van de woning heeft de bestemming “wonen”. Het bestemmingsplan van de gemeente Enschede bepaalt dat op deze bestemming hoofdgebouwen binnen het aangegeven bouwvlak gebouwd moeten worden. De studiowoning is volgens de gemeente een hoofdgebouw, omdat het geen functionele relatie heeft met de al aanwezige woning. Dit nieuwe hoofdgebouw voldoet niet aan de bestemmingsplanregels over hoofdgebouwen, omdat het gelegen is buiten het bouwvlak. De eigenaar heeft een omgevingsvergunning nodig om af te kunnen wijken van de bestemmingsplanregels. De gemeente wil deze vergunning niet verlenen, omdat kleine studio’s ongewenst zijn binnen de gemeente en de woonstudio geen kwalitatieve meerwaarde heeft. De eigenaar is van mening dat de studio geen hoofdgebouw is en dus niet hoeft te voldoen aan de bestemmingsplanregels.

Oordeel Raad van State

De Raad van State beoordeelt in deze zaak of de studiowoning is aan te merken als een bijbehorend bouwwerk. Om dat te beoordelen is doorslaggevend  of de studiowoning functioneel is verbonden met de bestaande naastgelegen woning. Hiervoor is belangrijk dat het gebruik van de studiowoning verband houdt met de al bestaande woning. Uit de bouwaanvraag blijkt dat het gaat om een volledig zelfstandige studiowoning met een eigen ingang. Dat de afscheiding tussen de woningen niet onomkeerbaar is, doet hier niet aan af volgens de Raad van State. Ook het feit dat de studiowoning in overeenstemming wordt gebruikt met de bestemming “wonen” zorgt er niet voor dat sprake is van een functionele verbondenheid tussen de woningen. 

Zo komt de Raad van State tot het oordeel dat de studiowoning geen bijbehorend bouwwerk is, maar een hoofdgebouw. Het gebouw moet daarmee voldoen aan de bestemmingsplanregels en dus krijgt de gemeente gelijk.

Doe de check!

Wil je weten aan welke wettelijke regels jij moet voldoen voor het uitvoeren van jouw project? Doe dan de check!