Belangenafweging bij het bouwen van een woning in een beschermingsgebied
31 augustus 2020

Belangenafweging bij het bouwen van een woning in een beschermingsgebied


De gemeente Meerssen heeft een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning in Bunde. Het bouwplan is in strijd met de geldende beheersverordening, omdat de woning deels buiten het bouwvlak valt en de toegestane maximale hoogte van de eerste bouwlaag wordt overschreden. Volgens de gemeente bestaan er vanuit ruimtelijk oogpunt geen bezwaren tegen het project. De buurvrouw is het hier niet mee eens. Volgens haar is het bouwplan in strijd met de Omgevingsverordening Limburg 2014. In het plangebied komen volgens haar cultuurhistorische elementen voor. Waaronder een weg met middeleeuwse verkaveling en een sinds 1830 weinig veranderde dorpskern. De gemeente heeft volgens haar onvoldoende rekening gehouden met deze cultuurhistorische kernkwaliteiten. In zijn uitspraak van 1 juli 2020 beoordeelt de Raad van State of de gemeente de omgevingsvergunning had mogen verlenen.

Relativiteitsvereiste

Een besluit kan alleen vernietigd worden als een rechtsregel tot doel heeft de belangen van degene die zich daarop beroept te beschermen. Dit heet het relativiteitsvereiste en is opgenomen in artikel 8:69a Algemene wet bestuursrecht. De artikelen waar de buurvrouw zich op beroept gaan over de bescherming en versterking van de Bronsgroene landschapszone en het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg. De rechtsregel gaat dus niet direct over het beschermen van haar individuele belangen. Maar als de individuele belangen van de buurvrouw bij behoud van een goede kwaliteit van haar directe leefomgeving zijn verweven met het algemene belang, dan wordt er wel voldaan aan het relativiteitsvereiste. 

Oordeel Raad van State

Volgens de Raad van State zijn de belangen van de buurvrouw zodanig verweven met de regels uit de omgevingsverordening dat ze inhoudelijk besproken kunnen worden. Daarbij neemt de Raad van State mee dat de woning van de buurvrouw grenst aan het perceel waarop de bebouwing is voorzien. Dat perceel  ligt in de Bronsgroene landschapszone en het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg. Zo strekken de regels uit de omgevingsverordening ook tot bescherming van de belangen van de buurvrouw. Daarom moet de gemeente het bouwplan ook toetsen aan de regels uit de omgevingsverordening.

Ontwikkelingen in dat gebied zijn mogelijk als cultuurhistorische kernkwaliteiten niet worden aangetast. Volgens de ruimtelijke onderbouwing van de gemeente heeft de realisatie van het bouwplan geen negatieve gevolgen voor die kernkwaliteiten. De archeologische en cultuurhistorische waarden worden niet aangetast. Daarnaast zal bij de realisatie veel aandacht worden besteed aan het groene karakter en dat er geen schade wordt toegebracht aan natuur- of landschapselementen. Tot slot heeft de gemeente meegewogen dat bij het voorgenomen bouwplan een bestaande woning wordt vervangen door een nieuwbouwwoning. De bestemming van het plangebied wordt daarbij niet gewijzigd ten opzichte van de geldende bestemming. De nieuwe woning verschilt slechts in situering en bouwhoogte van de bestaande woning. Dat verschil is minimaal. Met deze ruimtelijke onderbouwing heeft de gemeente rekening proberen te houden met de kernkwaliteiten. Volgens de Raad van State heeft de gemeente dat voldoende gedaan. De omgevingsvergunning mocht dus verleend worden.

Doe de check!

Wil je weten aan welke wettelijke regels jij moet voldoen voor het uitvoeren van jouw project? Doe dan de check!